Aanvragen eigen faillissement versnelde route toelating tot de schuldsaneringsregeling?

Datum 03-09-2013
Bericht geschreven door: mr. P. (Peter) van Rossum, advocaat
Aanvragen eigen faillissement versnelde route toelating tot de schuldsaneringsregeling?
 
In deze nieuwsbrief worden twee uitspraken besproken waarin het aanvragen van het eigen faillissement is aangemerkt als het misbruiken van bevoegdheid.
 
In de beschikking van 28 juni 2013 van de Hoge Raad[1] is een zaak behandeld waarin de verzoeker zijn eigen faillissement heeft aangevraagd. Deze aanvraag is zowel door de rechtbank als het hof afgewezen. De rechtbank heeft hiertoe in eerste aanleg overwogen dat “verzoeker weliswaar voldoet aan de eisen voor het uitspreken van een faillissement, maar met zijn aanvraag misbruik van bevoegdheid maakt, nu er geen bekende baten zijn en een faillissement, in verband met de daaraan verbonden kosten, slechts ertoe kan leiden dat de schulden van verzoeker nog verder toenemen. Bovendien zou het salaris van een aan te stellen curator niet verhaalbaar zijn en zou de tot curator aan te stellen persoon daarom onevenredig worden benadeeld.” Het hof volgt de rechtbank in deze overweging, en de Hoge Raad heeft overwogen dat het oordeel van het hof geen blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting, mede gelet op het verschil in strekking van een faillissement en een schuldsaneringsregeling.
 
De verzoeker heeft tijdens de behandeling van de zaak door het hof aangevoerd dat een faillissement voor hem de weg is naar aan wettelijke schuldsaneringsregeling (verder: WSNP), die voor hem als ondernemer niet rechtstreeks zou openstaan maar wel als hij in staat van faillissement is verklaard. Verzoeker zou dan na het uitspreken van het faillissement de rechtbank kunnen vragen het faillissement om te zetten in een WSNP. Het hof heeft overwogen dat het betoog van verzoeker berust op een onjuiste rechtsopvatting, omdat verzoeker als natuurlijk persoon (ook al is hij ondernemer) ook rechtstreeks in aanmerking komt voor de WSNP. Volgens het hof maakt verzoeker met een ander doel gebruik van de bevoegdheid om zijn eigen faillissement aan te vragen, dan waarvoor die bevoegdheid is verleend, als het hem te doen is om via een faillissement toegelaten te worden tot de WSNP.
 
Ook de rechtbank Midden-Nederland heeft in de uitspraak van 31 juli 2013[2] een vergelijkbare zaak behandeld.
Ook hier overweegt de rechtbank weer dat verzoekers voldoen aan de vereisten om op eigen aangifte failliet te worden verklaard. Echter, deze bevoegdheid tot het aanvragen van het eigen faillissement kan worden misbruikt. Het misbruiken van een bevoegdheid kan onder meer ontstaan door de bevoegdheid te gebruiken met geen ander doel dan een andere te schaden of met een ander doel dan waarvoor zij is verleend of in geval de bevoegdheid tot het aanvragen van een eigen faillissement in redelijkheid niet kan worden uitgeoefend. In dat laatste geval wordt een belangenafweging gemaakt tussen het belang van het aanvragen van een eigen faillissement en het belang dat hierdoor wordt geschaad.
 
Met inachtneming van het vorenstaande overweegt de rechtbank dat uit de stukken en hetgeen tijdens de zitting is verklaard is af te leiden dat verzoekers de eigen aangifte hebben gedaan om snel na uitspraak van het faillissement een verzoek tot toepassing van de WSNP in te dienen. Verzoekers hebben bewust voor dit traject gekozen omdat zij van mening zijn dat de schuldhulpverlening de financiële problemen niet (snel genoeg) oplost. Daarnaast overweegt de rechtbank dat er geen actief is dat verkocht kan worden, ten gevolge waarvan de faillissementskosten (waaronder salaris curator) niet kunnen worden voldaan.
 
Vervolgens maakt de rechtbank een belangenafweging tussen enerzijds het belang van verzoekers om op korte termijn toegelaten te worden tot de WSNP waarmee zij sneller van de financiële problemen zijn verlost, en anderzijds het belang dat een faillissement zou moeten dienen zijnde een verdeling van het aanwezige actief onder de schuldeisers. Aangezien er in dit geval geen boedel is te verdelen, is er naar het oordeel van de rechtbank sprake van “het uitoefenen van een bevoegdheid met een ander doel dan waarvoor zij is verleend. Daarnaast is er naar het oordeel van de rechtbank sprake van een onevenredigheid tussen het belang van de verzoekers en het belang van een curator om verschoond te blijven van niet verhaalbare kosten. Verzoekers kunnen in dit geval dan ook in redelijkheid niet tot uitoefening van hun bevoegdheid om het eigen faillissement aan te vragen komen.“ Ook dit verzoek tot uit uitspreken van het eigen faillissement is afgewezen.
 
Uit bovenstaande zaken blijkt dat de weg naar de WSNP via het aanvragen van een eigen faillissement en vervolgens omzetten van het faillissement in een WSNP niet altijd open staat. In eerdere lagere rechtspraak is verschillend geoordeeld over de vraag of het aanvragen van het eigen faillissement kan worden aangemerkt al het misbruiken van een bevoegdheid[3]. Nu de Hoge Raad zich over een dergelijke kwestie heeft uitgesproken zal er bij het beoordelen van het verzoek tot eigen aangifte van faillissement meer worden gekeken naar het doel van de aanvraag.
 
 

[1] Zaaknummer 12/05981, ECLI:NL:HR:2013:48.
[2] Zaaknummer C/16/347957 / FT EA 13/462, ECLI;NL:RBMNE:2013:3118.
[3] Rechtbank ’s-Hertogenbosch 4 oktober 2011 (geen misbruik van recht) en rechtbank Amsterdam 8 november 2011 (misbruik van bevoegdheid).