Aanzegverplichting

Datum 14-10-2015
Bericht geschreven door: mr. P. (Peter) van Rossum, advocaat
Om een werknemer meer zekerheid te bieden en hem tijdig in de gelegenheid te stellen om uit te kijken naar ander werk, is met de invoering van de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) voor de werkgever een aanzegverplichting ingevoerd. Deze verplichting houdt in dat uiterlijk één maand voor het einde van de arbeidsovereenkomst, de werkgever verplicht is de werknemer schriftelijk te laten weten of hij de arbeidsovereenkomst zal voortzetten of niet.
 
De aanzegverplichting geldt krachtens art. 7:668 lid 2 BW alleen bij een tijdelijke arbeidsovereenkomst die zes maanden of langer heeft geduurd. Het einde van de arbeidsovereenkomst moet niet afhankelijk zijn van een gebeurtenis zoals projectcontract of contract voor vervanging bij ziekte. Deze arbeidsovereenkomsten eindigen automatisch op het eindmoment.  De aanzegverplichting is overigens niet van toepassing bij arbeidsovereenkomsten die korter dan zes maanden duren.
 
Een arbeidsovereenkomst kan natuurlijk ook voor bepaalde tijd voortgezet worden zonder dat er specifieke afspraken worden gemaakt. Dit is een stilzwijgende verlenging. De arbeidsovereenkomst wordt dan voor dezelfde periode als de eerste arbeidsovereenkomst voortgezet, met een maximum van één jaar.  
 
Wat is het juiste moment van aanzeggen?
 
De aanzegging dient uiterlijk één maand voor het einde van rechtswege te worden gedaan.
 
Niet of niet tijdig aanzeggen; sanctie?
 
De sanctie op het niet tijdig of niet correct aanzeggen is dat de werkgever aan de werknemer een vergoeding moet betalen van een maandsalaris.  Dit dient overigens naar rato te worden vastgesteld. Is de werkgever bijvoorbeeld vijf dagen te laat met de aanzegging, dan is de werkgever pro rato een deel van een maandsalaris verschuldigd.
 
Dit zou je kunnen voorkomen door in het arbeidscontract op te nemen dat er geen opvolgend contract zal worden aangeboden.
 
Voortzetting na voortzetting
 
Het kan gebeuren dat een werkgever en werknemer bij opvolgende tijdelijke contracten, zich niet telkens bewust zijn wanneer een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd verstrijkt. De werkgever moet zich echter ervan bewust zijn dat telkens opnieuw de aanzegplicht geldt en met daarbij de sanctie op niet-naleving. De wetgever heeft, om te voorkomen dat een werknemer de sancties kan opsparen, een korte vervaltermijn ingesteld. Binnen twee maanden na afloop van de arbeidsovereenkomst, moet de werknemer de sanctie vorderen. Als de werknemer hier geen gebruik van maakt, dan vervalt dit recht.
 
In de volgende nieuwsbrief zal ik aandacht besteden aan jurisprudentie met betrekking tot de aanzegplicht. 
 

Deze nieuwsbrief wordt zo zorgvuldig mogelijk samengesteld. Niettemin kan geen aansprakelijkheid worden aanvaard voor mogelijke onjuiste berichtgeving.