Afwijzing toelatingsverzoek tot schuldsaneringsregeling dementerende vrouw

Datum 14-01-2016
Bericht geschreven door: mr. P. (Peter) van Rossum, advocaat
Afwijzing toelatingsverzoek tot schuldsaneringsregeling omdat dementerende vrouw niet in staat is de strekking van het verzoek te begrijpen en haar wil te verklaren.

In deze zaak heeft het Hof Den Bosch een vonnis van de rechtbank Limburg bekrachtigd waarbij een verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) is afgewezen[1].
 
De vrouw die een verzoek heeft ingediend tot toelating tot de WSNP is hoogbejaard en dementerende. De rechtbank heeft het verzoek afgewezen waarbij onder andere is overwogen dat de vrouw niet meer in staat is de strekking van het door haar ingediende verzoek te begrijpen en daaromtrent haar wil te verklaren. Daarnaast overweegt de rechtbank dat de vrouw niet in staat is om zelf te voldoen aan de informatieplicht, en ook kan de vrouw niet voldoen aan de inspanningsverplichting gezien de geestelijke en fysieke toestand.
 
Het Hof overweegt dat de vrouw formeel als handelingsbekwaam aangemerkt moet worden aangezien zij niet onder curatele is gesteld. Er is wel beschermingsbewind van toepassing: de vrouw is daarmee niet meer handelingsbevoegd met betrekking tot haar goederen, maar de vrouw is daarmee niet handelingsonbekwaam. Dat wil zeggen dat de vrouw nog wel zelf rechtshandelingen kan verrichten.
 
Het Hof gaat verder met de overweging dat de WSNP enerzijds vermogenrechtelijk van aard is, maar anderzijds beoogt de WSNP de schuldenaar ook te brengen in een situatie waarin zij niet opnieuw schulden laat ontstaan. Dat kan betekenen dat de schuldenaar zijn levensstijl of gedrag moet aanpassen. Het feit dat de schuldsaneringsregeling in dit specifieke geval alleen vermogensrechtelijk van aard is doet hier niet aan af.
 
Het Hof overweegt verder dat echter niet aannemelijk is geworden dat de vrouw de inhoud, strekking en gevolgen van het door haar ingediende verzoek begrijpt. Het Hof overweegt dat het maar de vraag is of de vrouw “zich gerealiseerd heeft/kan hebben wat de wsnp-verplichtingen en de achtergrond daarvan (in het bijzonder ook de belangen van de gezamenlijke schuldeisers/crediteuren), waaronder ook de afdrachtplicht en de verplichting om geen nieuwe, bovenmatige schulden te laten ontstaan, voor haar zullen betekenen”. Is met het indienen van het verzoekschrift uiting gegeven aan de wil van de vrouw?
 
Bijkomend probleem is dat indien de vrouw wel zou worden toegelaten tot de WNSP, die situatie het risico met zich meebrengt dat zij ondanks het ingestelde beschermingsbewind zelfstandig rechtshandelingen zou kunnen aangaan. Het zal voor de beschermingsbewindvoerder niet altijd mogelijk zijn om deze rechtshandelingen terug te draaien. Dit kan weer nieuwe schulden tot gevolg hebben.
 
Het Hof is het derhalve eens met de rechtbank en bekrachtigt de afwijzing van het Wsnp-verzoek.
 

Indien u vragen heeft over deze nieuwsbrief neemt u dan contact op met ons kantoor.

Deze nieuwsbrief wordt zo zorgvuldig mogelijk samengesteld. Niettemin kan geen aansprakelijkheid worden aanvaard voor mogelijke onjuiste berichtgeving.


[1] Gerechtshof Den Bosch, 18-06-2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:2257