De bestuursrechtelijke beschikking

Datum 07-12-2015
Bericht geschreven door: mr. P. (Peter) van Rossum, advocaat
In deze nieuwsbrief zal er nader worden ingegaan op de betekenis en inhoud van de bestuursrechtelijke term ‘beschikking’.  
 
Een beschikking is een schriftelijk besluit afkomstig van een bestuursorgaan. Artikel 1:3 lid 2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) stelt dat de beschikking als kenmerk heeft dat het niet van algemene strekking is met inbegrip van het afwijzen van een aanvraag daarvan. Dit houdt in dat een beschikking alleen gericht is op rechtgevolg voor degene(n) aan wie deze beschikking is geadresseerd. Het dient dus om een aanwijsbare persoon of groep personen te gaan.
 
Dat ‘de afwijzing van een aanvraag van een beschikking’ met name wordt genoemd als een beschikking in de zin van de Awb, is omdat een afwijzing van een aanvraag voor een beschikking in wezen niets wijzigt in de reeds bestaande rechtssituatie. Er dus geen sprake van een publiekrechtelijke rechtshandeling, omdat een afwijzing van een aanvraag geen rechtsgevolg heeft. Om het aantekenen van bezwaar en beroep toch mogelijk te maken tegen een afwijzing van een aanvraag, is voormeld in de Awb toegevoegd. Artikel 1:1 lid 1 Awb stelt dat een besluit altijd genomen dient te worden door een bestuursorgaan. Voorbeelden van bestuursorganen zijn het college van burgemeester en wethouders, de gemeenteraad, het UWV en de Gedeputeerde Staten.
 
Er bestaan verschillende soorten beschikkingen. Sommige beschikkingen doen een recht ontstaan, andere leggen plichten op. Wanneer aan een burger een subsidie of vergunning wordt verleend dan spreekt men van een begunstigende beschikking. Een belastingaanslag is echter een belastende beschikking. Andere beschikkingen kunnen tegelijkertijd begunstigend en belastend werken, bijvoorbeeld wanneer aan een vergunning allerlei voorwaarden verbonden zijn. Als het bevoegde bestuursorgaan geen ruimte geeft om een eigen beleid te ontwikkelen of te hanteren omdat een wet precies voorschrijft in welke gevallen en onder welke voorwaarden een beschikking moet worden verleend, dan spreken we van een gebonden beschikking. Ontbreekt er echter een wettelijke regel voor het nemen van de beschikking en heeft het bevoegde bestuursorgaan de ruimte om een eigen beleid te ontwikkelen of te hanteren, dan wordt er gesproken over een vrije beschikking. Deze speelruimte van het bestuursorgaan heet ook wel discretionaire bevoegdheid. Een vrije beschikking, anders dan een gebonden beschikking, is enigszins onttrokken aan controle door de rechter. Voorbeelden van beschikkingen in de zin van de Awb zijn een vergunning, een dwangsom, een bestuurlijke boete, een ontheffing, een handhaving of consessie. 
 
De geadresseerde kan binnen de wettelijk gestelde termijn (meestal 6 weken) tegen een beschikking bezwaar (en eventueel later beroep) aantekenen bij de ter zake competente instantie. Het betreffende bestuursorgaan is wettelijk ertoe gehouden de geadresseerde erover te informeren dat het aantekenen van bezwaar tegen de beschikking mogelijk is, wie de bevoegde instantie is om over het bezwaar te oordelen en binnen welke termijn het bezwaar bij de bevoegde instantie moet zijn binnengekomen.
 
 
Deze nieuwsbrief wordt zo zorgvuldig mogelijk samengesteld. Niettemin kan geen aansprakelijkheid worden aanvaard voor mogelijke onjuiste berichtgeving.