De bijzondere verhaalspositie van de fiscus ten opzichte van een (stil) pandhouder

Datum 08-03-2019
Bericht geschreven door:
Gelijkheid crediteuren
Wanneer een bedrijf failliet gaat, is het vanuit juridisch oogpunt van belang om na te gaan welke rechten de verschillende schuldeisers kunnen uitoefenen. Als uitgangspunt heeft het bekende beginsel van paritas creditorum te gelden. Schuldeisers hebben onderling een gelijk recht om te worden voldaan naar evenredigheid van hun vordering. Een belangrijke uitzondering op dit uitgangspunt wordt gevormd door de voorrang die de wet aan bepaalde schuldeisers toekent. Voorrang bestaat indien de schuldeiser een pandhouder of hypotheekhouder is, of de wet een voorrecht verleend. In principe gaan het pandrecht en hypotheekrecht boven voorrecht, tenzij de wet anders bepaalt. Voor de fiscus bepaalt de wet anders.
 
Positie van de fiscus
Onderdeel van de bijzondere verhaalspositie van de fiscus is het bodemvoorrecht. Het bodemvoorrecht houdt in dat de fiscus een voorrecht heeft dat hoger gerangschikt is dan een stil pandrecht. Deze regel wijkt dus af van de algemene regel zoals hierboven omschreven. Hierdoor kwalificeert de verhaalspositie van de fiscus als ‘bijzonder’.
 
Wanneer bodemvoorrecht?
Aan het bodemvoorrecht zijn drie eisen verbonden. Het geldt enkel ten aanzien van (i) bepaalde belastingen, (ii) met betrekking tot zogenaamde bodemzaken die zich (iii) op de bodem van de schuldenaar bevinden. Ten aanzien van de belastingen kan worden opgemerkt dat het moet gaan om naheffingsaanslagen in bijvoorbeeld loonbelasting, omzetbelasting en dividendbelasting. Van bodemzaken is sprake indien deze in de tekst van de wet ‘roerende zaken zijn tot stoffering van een huis of landhoef, of tot bebouwing of gebruik van het land.’ Deze oude tekst laat zich wat moeilijk lezen. Het gaat kort gezegd om roerende zaken die zich in of om een gebouw bevinden, en die strekken tot (enigszins) duurzaam gebruik van het gebouw overeenkomstig de bestemming. Denk hierbij bijvoorbeeld aan machines en inventaris. Voorraden vallen niet onder het begrip bodemzaak omdat deze niet duurzaam aanwezig zijn.
 
Schuldenaar failliet?
In principe kan de fiscus het bodemvoorrecht uitoefenen door het leggen van bodembeslag. Een problematische situatie ontstaat indien de schuldenaar failliet wordt verklaard. Het faillissement brengt namelijk mee dat alle reeds gelegde beslagen komen te vervallen. De pandhouder hoeft zich hiervan echter niets aan te trekken, hij kan executeren alsof er geen faillissement is. De pandhouder komt namelijk een separatistenpositie toe. In de praktijk wordt dit probleem vaak opgelost doordat de curator de belangen van de fiscus behartigt. De curator zal tevens kijken of de fiscus kan worden voldaan uit het zogenaamde ‘vrij actief’ (HR 26 juni 1998, NJ 1998/745). Hieronder wordt verstaan de niet verpande goederen. Op deze manier zullen de rechten van de pandhouder en de fiscus niet botsen.
 
Wat kunnen wij voor u doen?
Advocatenkantoor van Rossum heeft uitgebreide ervaring op het gebied van insolventierecht. De afgelopen jaren zijn er meer dan 300 faillissementen en WSNP-zaken afgewikkeld. Daarnaast helpen wij ondernemers bij o.a. herstructureringen, financieringen en het vestigen van zekerheden. De werkzaamheden bestaan onder andere uit het uitwinnen van (stille) pandrechten, inroepen van een eigendomsvoorbehoud en het voeren van procedures tegen de curator. Indien u op zoek bent naar juridische bijstand met betrekking tot bovenstaande problematiek, of ondernemingsrechtelijke vraagstukken in het algemeen, bent u bij ons aan het juiste adres.
 
Mocht u vragen hebben, twijfelt u dan niet om contact met ons op te nemen. 

Deze nieuwsbrief wordt zo zorgvuldig mogelijk samengesteld. Niettemin kan geen aansprakelijkheid worden aanvaard voor mogelijke onjuiste berichtgeving.