Eindigt vierde contract voor bepaalde tijd door gelijktijdig gesloten vaststellingsovereenkomst?

Datum 08-10-2013
Bericht geschreven door:
Op grond van de wettelijke ketenregeling geldt de vierde arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd als een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. In een zaak die in hoger beroep speelde voor het gerechtshof ’s-Hertogenbosch dacht een werkgever aan deze regeling te ontkomen door gelijktijdig met het sluiten van de vierde arbeidsovereenkomst in een vaststellingsovereenkomst afspraken op te nemen ten aanzien van de einddatum van deze arbeidsovereenkomst (voor onbepaalde tijd).
 
Werknemer stelde zich in de procedure op het standpunt dat de vaststellingsovereenkomst nietig was, omdat het in strijd was met (driekwart) dwingend recht. Ook zou zijn instemming met de vaststellingsovereenkomst tegen zijn wil door de werkgever zijn afgedwongen. De kantonrechter heeft in eerste aanleg geoordeeld dat het partijen inderdaad niet vrij staat om bij overeenkomst af te wijken van een dwingendrechtelijke wettelijke bepaling en dat de enige reden die aan de vaststellingsovereenkomst ten grondslag lag het uitsluiten van de gevolgen van een dwingendrechtelijke bepaling  was. Het aanvaarden van die mogelijkheid zou die bepaling, die bedoeld is om werknemers te beschermen, zinloos maken. De kantonrechter heeft de arbeidsovereenkomst voorwaardelijk ontbonden en aan werknemer een vergoeding van € 49.000,00 toegekend.
 
Werkgever kon zich niet vinden in het oordeel van de kantonrechter en stelde hoger beroep in. Het gerechtshof heeft geoordeeld dat de vaststellingsovereenkomst niet nietig is, omdat een vaststellingsovereenkomst ook geldig kan zijn als deze in strijd is met dwingend recht. Van nietigheid is (pas) sprake als de vaststellingsovereenkomst in strijd is met de openbare orde of de goede zeden. Volgens het gerechtshof heeft de werknemer niet duidelijk gemaakt waarom de vaststellingsovereenkomst in onderhavige kwestie strijdig zou zijn met de openbare orde of de goede zeden. De stelling van werknemer dat hij zich gedwongen voelde om de vaststellingsovereenkomst te ondertekenen, vatte het gerechtshof op als een beroep op misbruik van omstandigheden. Nu een succesvol beroep op misbruik van omstandigheden geen nietigheid, maar vernietigbaarheid van de overeenkomst oplevert, oordeelde het hof dat er ook op deze grond geen sprake kon zijn van nietigheid van de vaststellingsovereenkomst. Het gerechtshof heeft dan ook geoordeeld dat de vaststellingsovereenkomst geldig is en dat de arbeidsovereenkomst daardoor (rechtsgeldig) is geëindigd.
 
Een interessante uitspraak, die er overigens niet toe moet leiden dat werkgevers nu denken dat de ketenregeling vanaf nu doorbroken dan wel omzeild kan worden door gelijktijdig met de vierde arbeidsovereenkomst van bepaalde tijd een vaststellingsovereenkomst te sluiten waarin het einde van de arbeidsovereenkomst is geregeld. In de hier besproken zaak heeft de werknemer namelijk juridisch de verkeerde weg gekozen. Het is goed mogelijk dat in een toekomstige procedure geoordeeld zal worden dat een dergelijke vaststellingsovereenkomst wel degelijk nietig of vernietigbaar is, waardoor de werknemer voor onbepaalde tijd in dienst is bij een werkgever.