Ex-bestuurder niet toegelaten tot schuldsanering: niet te goeder trouw

Datum 31-08-2017
Bericht geschreven door: mr. P. (Peter) van Rossum, advocaat
Een van de toelatingseisen is dat de schuldenaar ten aanzien van het ontstaan en onbetaald laten van de schulden in de vijf jaar voorafgaand aan de indiening van het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) te goeder trouw moet zijn. Zoals al eerder besproken in de nieuwsbrieven van januari, april en juni 2017 kan de rechter bij beoordeling van deze gedragsmaatstaf rekening houden met alle omstandigheden zoals de aard en de omvang van de vorderingen, het tijdstip waarop de schulden zijn ontstaan, de mate waarin de schuldenaar een verwijt gemaakt kan worden dat de schulden zijn ontstaan cq. onbetaald gelaten, het gedrag van de schuldenaar ten aanzien van zijn inspanningen om de schulden te voldoen of acties zijnerzijds om het verhaal juist te frustreren etc.

Het verloop van de feiten in deze zaak[1] is als volgt:
  • 21 oktober 2016 is een verzoek tot toelating tot de WSNP bij de rechtbank ingediend;
  • de totale schuldenlast bedraagt ruim € 266.000,--;
  • het verzoek is afgewezen door de rechtbank omdat onvoldoende aannemelijk is dat de schuldenaar de uit de regeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen om zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven. De rechtbank heeft in dit kader overwogen dat onvoldoende concreet is gemaakt dat het arbeidscontract in de toekomst wordt uitgebreid naar 36 uur per week;
  • de schuldenaar heeft bij het hoger beroep tegen deze afwijzing een afschrift van zijn arbeidsovereenkomst overgelegd waaruit blijkt dat het contract is uitgebreid naar 36 uur per week. Daarmee is het beletsel tot toelating tot de WSNP weggenomen.
Het hof overweegt dat bij het slagen van een of meer grieven de toewijsbaarheid van het verzoek tot toelating tot de WSNP opnieuw dient te worden beoordeeld, en dus zelfstandig moet worden gekeken of voor het overige aan de toelatingseisen is voldaan. Het hof overweegt verder dat zij in de beoordeling van het verzoek niet gebonden is aan de overwegingen van de rechtbank.

Het hof overweegt voorts dat bij de beoordeling van de vraag of de schuldenaar te goeder trouw is geweest ten aanzien van het ontstaan cq onbetaald laten van de schulden, er een aantal schulden op de crediteurenlijst staan die zijn ontstaan in de periode van vijf jaar voor de indiening van het verzoekschrift. Volgens de schuldenaar zijn dit schulden die voortvloeien uit een faillissement van een vennootschap waarvan hij bestuurder was. Uit hoofde van borgstellingen is de schuldenaar in privé aangesproken voor deze schulden.

De schuldenaar heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij te goeder trouw is geweest ten aanzien van deze schulden. De volgende overwegingen van het hof liggen hieraan ten grondslag:
  • schuldenaar heeft erkend dat hij als bestuurder van de vennootschap niet heeft voldaan aan de boekhoudplicht: daarmee staat vast dat sprake is van onbehoorlijk bestuur.
  • Schuldenaar had voor de zakelijke schulden persoonlijk aansprakelijk gesteld kunnen worden op grond van bestuurdersaansprakelijkheid. Dat de curator niet is overgegaan tot aansprakelijkstelling komt door het ontbreken van verhaalsmogelijkheden, aldus de schuldenaar.
  • Als je uitgaat van onbehoorlijk bestuur en een vooralsnog niet weerlegd vermoeden dat dit onbehoorlijk bestuur een belangrijke oorzaak van het faillissement is geweest, is niet aannemelijk dat de schuldenaar te goeder trouw is ten aanzien van het ontstaan cq onbetaald laten van de schulden binnen de vijfjaarstermijn.
Het niet aannemelijk zijn van goeder trouw staat toelating tot de WSNP in de weg: het hof bekrachtigd het vonnis van de rechtbank.
 
In de eerdere nieuwsbrieven heb ik zaken besproken waarbij ook de goeder trouw ten aanzien van het ontstaan cq onbetaald laten van de schulden is besproken. In deze gevallen ging het om onder andere het wel/niet door blijven gaan met investeren, het lichtzinnig opstarten van een onderneming en het ontstaan van schulden waarbij de rol van de ondernemer beperkt was. In dit geval gaat het puur om het niet voldoen aan de boekhoudplicht. Ook dit is een onderdeel van het ondernemen waar je als ondernemer wel degelijk rekening mee moet houden: in een faillissement kun je bij het niet voldoen aan de boekhoudplicht aansprakelijk worden gesteld voor het tekort in het faillissement, en de weg naar de WSNP lijkt ook afgesloten.
 

Indien u vragen heeft over deze nieuwsbrief neemt u dan contact op met ons kantoor.

Deze nieuwsbrief wordt zo zorgvuldig mogelijk samengesteld. Niettemin kan geen aansprakelijkheid worden aanvaard voor mogelijke onjuiste berichtgeving.


[1] Hof Den Haag, 25-04-2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:1444