Het einde van de VAR-verklaring

Datum 06-04-2016
Bericht geschreven door: mr. P. (Peter) van Rossum, advocaat
De Eerste Kamer heeft onlangs ingestemd met de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (Wet DBA). Met de inwerkingtreding van deze wet komt de VAR-verklaring per 1 mei 2016 te vervallen.
 
Met de VAR-verklaring werd duidelijkheid verschaft over de vraag of de opdrachtgever loonheffingen moest inhouden en afdragen over de inkomsten van een opdrachtnemer (zzp’er). Wanneer een opdrachtnemer over een VAR-verklaring beschikte, dan was de opdrachtgever daarmee gevrijwaard van mogelijke aanspraken van de belastingdienst met betrekking tot loonbelasting en sociale premies, ook indien (achteraf) mocht blijken dat er sprake was van een (verkapte) arbeidsovereenkomst. De verantwoordelijkheid voor de beoordeling van de arbeidsrelatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer (opdracht of arbeidsovereenkomst) lag daarmee derhalve volledig bij de opdrachtnemer.
 
Met de Wet DBA wordt deze verantwoordelijkheid mede bij de opdrachtgever gelegd. Dit betekent dat opdrachtgevers voortaan medeaansprakelijk zijn voor de (naheffing van de) loonbelasting en sociale premies als de arbeidsrelatie met een opdrachtnemer door de belastingdienst (achteraf) alsnog als een (verkapte) arbeidsovereenkomst wordt beoordeeld.
 
In de Wet DBA krijgt dit zijn uitwerking door de VAR-verklaring vanaf 1 mei 2016 te vervangen door gestandaardiseerde (model)overeenkomsten, die de belastingdienst heeft opgesteld of beoordeeld. Ook bestaat de mogelijkheid om in individuele gevallen een tussen opdrachtgever en opdrachtnemer opgestelde overeenkomst vooraf ter toetsing aan de belastingdienst voor te leggen. Het hanteren van deze modelovereenkomsten of vooraf goedgekeurde individuele overeenkomsten, waaruit de zelfstandige status van de opdrachtnemer moet blijken, geeft partijen vooraf een belangrijke mate van zekerheid dat de voorgenomen arbeidsrelatie niet als een (fictieve) arbeidsovereenkomst zal worden beoordeeld. Volledige zekerheid geeft dit echter niet.
 
De modelovereenkomsten vormen een basis voor de arbeidsrelatie die de opdrachtgever en de opdrachtnemer met elkaar willen aangaan. Het is vervolgens van belang dat de gekozen modelovereenkomst wordt ingevuld en passend wordt gemaakt aan de hand van de bedoeling van partijen en de concrete afspraken die zij in dat kader wensen te maken. Bovendien dient de overeenkomst aan te sluiten bij de wijze waarop partijen feitelijk uitvoering geven aan de overeenkomst, bijvoorbeeld ten aanzien van het ontbreken van een gezagsverhouding en de mogelijkheid voor de opdrachtnemer om zich te laten vervangen. De belastingdienst zal hierop toezien, al zal tot in ieder geval 1 mei 2017 een overgangsperiode gelden, waarin de belastingdienst voor wat betreft de handhaving terughoudend op zal treden.
 
Voor een advies op maat, meer informatie of de beoordeling van een overeenkomst kunt u ons bellen of e-mailen. Wij helpen u graag.