Het opschortingsrecht mag ook vóór oplevering als pressiemiddel gebruikt worden

Datum 01-04-2014
Bericht geschreven door:
De Hoge Raad heeft op 17 januari 2014 een arrest gewezen over de vraag of het mogelijk is om een beroep te doen op een opschortingsrecht als de contractuele wederpartij het afgesproken werk nog niet heeft opgeleverd en de geconstateerde gebreken zich dus nog voor herstel lenen.

Casus
Een opdrachtgever had aan een aannemer opdracht gegeven om de dakbedekking te vernieuwen. De aannemer ging aan de slag, maar de opdrachtgever was niet tevreden over de voortgang en de kwaliteit van het werk. Toen de aannemer (opnieuw) een tussentijdse factuur aan de opdrachtgever stuurde, weigerde de opdrachtgever deze te betalen. De advocaat van de opdrachtgever stuurt de aannemer een brief, waarin hij namens zijn cliënt aangeeft dat de werkzaamheden te lang hebben geduurd, onzorgvuldig zijn verricht en dat er nog steeds het één en ander schort aan de tot op dat moment door de aannemer uitgevoerde werkzaamheden (welke nog niet waren afgerond). De opdrachtgever is dan ook van mening dat de laatste factuur van de aannemer prematuur is; hij wil deze daarom pas voldoen op het moment dat alle nog openstaande gebreken en tekortkomingen naar tevredenheid door de aannemer zijn hersteld. Totdat het zover is, schort de opdrachtgever de betaling op van de laatste factuur die de aannemer hem heeft gestuurd.

De opdrachtgever stapt naar de rechter en vordert schadevergoeding van de aannemer wegens het ondeugdelijk aanbrengen van de dakbedekking op zijn woning, alsmede een gedeeltelijke ontbinding van de tussen hen geldende overeenkomst. De aannemer vordert op zijn beurt in reconventie betaling van zijn laatst gestuurde factuur.

Hoge Raad
Nadat de rechtbank en het gerechtshof hadden geoordeeld, dat de (on)deugdelijkheid van de reeds uitgevoerde werkzaamheden niet van belang is voor het antwoord op de vraag of de opdrachtgever zich op een opschortingsrecht kon beroepen – omdat er nog geen sprake was van oplevering, zouden volgens het gerechtshof eventuele gebreken nog door de aannemer hersteld kunnen worden – oordeelde de Hoge Raad in hoogste instantie dat een opschortingsrecht ook kan worden ingeroepen als de werkzaamheden ondeugdelijk zijn uitgevoerd, óók als het overeengekomen werk nog niet is opgeleverd en de gebreken dus nog hersteld kunnen worden. Het gerechtshof had volgens de Hoge Raad moeten onderzoeken of de door opdrachtgever gestelde tegenvordering, strekkende tot het uitvoeren van herstelwerkzaamheden, bestaat en of de omvang van die tegenvordering voldoende is om het beroep op een opschortingsrecht te kunnen rechtvaardigen. Het opschortingsrecht strekt immers juist ertoe druk op (op de aannemer) uit te oefenen om de tegenvordering na te komen, en heeft, voor het geval de aannemer  daarmee in gebreke zou blijven, mede het karakter van zekerheid voor de voldoening (door middel van verrekening) van de uit zijn verzuim voortvloeiende schadevordering, aldus de Hoge Raad.

Conclusie
Dit arrest van de Hoge Raad maakt duidelijk dat aan het inroepen van een opschortingsrecht op grond van de ondeugdelijkheid van reeds uitgevoerde werkzaamheden niet in de weg staat dat het overeengekomen werk (zoals in dit geval de dakdekkerswerkzaamheden) nog niet is opgeleverd en dat de gebreken zich dus nog voor herstel lenen.

De Hoge Raad komt tot dit oordeel door nauw aan te sluiten bij de ratio achter het opschortingsrecht, te weten:
  1. een dwangmiddel om druk uit te kunnen oefenen op een contractuele wederpartij met als doel dat deze zijn tegenvordering nakomt;
  2. het bieden van zekerheid voor de voldoening van de uit het verzuim voortvloeiende schadevordering (in het geval een wederpartij ondanks de uitgeoefende dwang toch in gebreke blijft).