Hoogte loon in derde ziektejaar

Datum 05-04-2013
Bericht geschreven door:
De werkgever dient gedurende de eerste twee ziektejaren van een werknemer het loon door te betalen en heeft de verplichting om zich in te spannen voor de re-integratie van de werknemer. Indien het UWV oordeelt dat de werkgever gedurende de periode van twee jaren onvoldoende heeft gedaan om de werknemer, intern of extern, te laten re-integreren, dan kan het UWV de werkgever een loonsanctie opleggen, ten gevolge waarvan de werkgever het loon van de werknemer nog een jaar langer moet doorbetalen.
 
Op grond van artikel 7:629 BW heeft een werknemer tijdens ziekte recht op ten minste 70% van zijn loon en in ieder geval op het voor hem geldende wettelijk minimumloon. In het tweede ziektejaar is er geen sprake meer van een minimumloongarantie. 
 
In veel  arbeidsovereenkomsten is bepaald dat de werknemer gedurende het eerste jaar recht heeft op 100% van het laatstverdiende salaris.  In veel CAO’s is opgenomen dat een werkgever gehouden is om over twee jaar 170% van het salaris te betalen. Vaak is dit in het eerste jaar 100% en het tweede jaar 70%. Echter, elke combinatie boven het wettelijk minimum is mogelijk.
 
Zo was er in een zaak die speelde voor de rechtbank Oost-Nederland (locatie Zwolle) sprake van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd waarop een CAO van toepassing was. De CAO bepaalde, voor zover hier relevant, dat de werkgever bij arbeidsongeschiktheid gehouden was om gedurende de eerste zes maanden van de arbeidsongeschiktheid het volledig salaris te blijven betalen en vervolgens gedurende 18 maanden 90% van het salaris. Echter, ondanks de mogelijkheid om het tweede jaar 90% van het salaris te betalen, heeft werkgever gedurende de wachttijd van twee jaren het salaris volledig doorbetaald.
 
Bij de WIA-beoordeling van de werknemer kwam het UWV tot het oordeel dat werkgever niet had voldaan aan zijn re-integratieverplichtingen. Om deze reden legde het UWV werkgever voormelde loonsanctie op voor de duur van een jaar.  In verband hiermee was werkgever gehouden om het salaris van werknemer nog een jaar langer door te betalen. Echter, met ingang van het derde ziektejaar, dus de periode van de loonsanctie, is werkgever 70% van het salaris aan werknemer gaan betalen.
 
Werknemer stelde zich op het standpunt, en vorderde in rechte, dat hij recht had op doorbetaling van zijn volledige salaris omdat het salaris over het derde ziektejaar gelijk moest zijn aan het salaris dat hij in het twee ziektejaar had ontvangen. Werkgever verweerde zich met de stelling dat hij op grond van de wet slechts gehouden is om bij ziekte 70% van het loon aan de werknemer te betalen.
 
De kantonrechter stelde vast dat noch in de arbeidsovereenkomst, noch in de CAO was opgenomen dat de werkgever gehouden was om in het derde ziektejaar meer dan 70% van het salaris aan werknemer te voldoen en dat een dergelijke verplichting ook niet in de wet te vinden is.  Ook is niet in de wet opgenomen dat een werknemer in het derde ziektejaar recht heeft op hetzelfde (percentage van het) salaris als in het tweede jaar. Nu in de wet slechts is bepaald dat een werkgever in het derde ziektejaar 70% van het salaris dient te voldoen (art. 7:629 BW en art. 25 Wet WIA), was de werkgever volgens de kantonrechter niet verplicht om meer dan 70% van het salaris van de werknemer te voldoen.
 
Dit zou volgens de kantonrechter slechts anders kunnen zijn in bepaalde, niet aangegeven, bijzondere omstandigheden.