Ontslag door overspannenheid: verwijtbaar inkomensverlies

Datum 06-05-2014
Bericht geschreven door:
Onlangs deed zich bij het Gerechtshof Amsterdam de volgende zaak voor:
(Hof Amsterdam d.d. 19 december 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:9777).
 
Het huwelijk van partijen is in 2013 door echtscheiding ontbonden. Partijen zijn de ouders van drie nog minderjarige kinderen. Partijen oefenen gezamenlijk het gezag over de kinderen uit. De kinderen wonen bij de vrouw. In maart 2013 heeft de rechtbank de door de man te betalen kinderalimentatie bepaald op een bedrag van € 510 per kind per maand. Daarbij heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat de man tot 1 januari 2013 werkzaam was in loondienst, tegen een bruto maandsalaris van € 7.000. Sinds 1 januari 2013 ontvangt de man echter een WW-uitkering ten bedrage van € 2.540 bruto per maand.

De man gaat in hoger beroep en verzoekt het Hof om de door hem te betalen kinderalimentatie op nihil te stellen. Volgens de man moet bij de berekening van zijn draagkracht rekening worden gehouden met zijn huidige inkomen op basis van zijn uitkering. De vrouw stelt dat er aan de zijde van de man sprake is van verwijtbaar inkomensverlies en dat daarom rekening moet worden gehouden met het inkomen dat hij in loondienst ontving. Het Hof beoordeelt de zaak aan de hand van een aantal stappen. 

Allereerst dient de vraag te worden beantwoord of het inkomen dat de man vóór de beëindiging van zijn dienstverband ontving voor herstel vatbaar is. Vast staat dat de man en zijn voormalige werkgever in overleg hebben besloten dat het dienstverband van de man zou eindigen per 1 januari 2013. De man heeft verklaard dat de reden voor de beëindiging van zijn dienstverband is gelegen in het feit dat zijn privéproblemen door de echtscheiding steeds meer zijn werkzaamheden gingen beïnvloeden en -naar het oordeel van de werkgever van de man- een ongeoorloofde inmenging gingen vormen. Op basis daarvan acht het Hof het voldoende aannemelijk dat de man niet kan terugkeren naar zijn voormalige werkgever. Verder blijkt uit de door de man overgelegde (afwijzingen op) sollicitaties dat hij regelmatig inspanningen verricht om werk te vinden, maar dat het hem nog niet gelukt is om weer een betaalde baan te vinden. Bovendien is de man, omdat hij een WW-uitkering ontvangt, ook verplicht om te solliciteren en wordt hij daarop ook door het UWV gecontroleerd. Het Hof oordeelt dat ervan moet worden uitgegaan dat het inkomen van de man niet voor herstel vatbaar is.

Vervolgens dient te worden beoordeeld of de man zich, gelet op zijn onderhoudsverplichting jegens zijn kinderen, had dienen te onthouden van gedragingen die tot zijn ontslag, met als gevolg de inkomensvermindering, hebben geleid. Het Hof meent dat deze vraag bevestigend dient te worden beantwoord. De man heeft onvoldoende onderbouwd dat hij heeft geprobeerd om te voorkomen dat zijn psychische gesteldheid zijn functioneren in zijn werk zou belemmeren. De man had dit bijvoorbeeld kunnen doen door professionele hulpverlening in te schakelen. Verder vindt het Hof het niet aannemelijk dat de voormalige werkgever (die de man in december 2011 nog een gratificatie ten bedrage van € 12.500 toekende en op 16 juli 2012 een tussentijdse gratificatie van € 2.500 als teken van waardering voor zijn inzet en inspanningen) de man wegens disfunctioneren had mogen ontslaan. Ook al heeft de beëindiging van het dienstverband plaatsgevonden via een door de man getekende beëindigingsovereenkomst. De man, die sinds 2009 in dienst was bij de werkgever, had onder de gegeven omstandigheden niet met een beëindiging van zijn dienstverband mogen instemmen. Daarbij speelt ook een rol dat uit de stukken niet blijkt van enig verzet van de man tegen de wens van de werkgever om tot het einde van het dienstverband te komen. 

Het Hof meent dat het hiervoor genoemde handelen en nalaten aan de man kan worden verweten en dat het daardoor ontstane inkomensverlies aan hem kan worden toegerekend. De gevolgen daarvan dienen volledig voor zijn rekening te komen. Het Hof gaat bij de berekening van de draagkracht van de man dan ook uit van het inkomen dat hij in 2012 bij zijn voormalige werkgever ontving.
 
Uit deze casus blijkt maar weer, dat niet elke wijziging van omstandigheden automatisch leidt tot een aanpassing van de kinderalimentatie. Wenst u advies over alimentatiekwesties, of over andere familiezaken, dan ben ik u daarbij graag van dienst. In dat opzicht attendeer ik u ook nog even op het avondspreekuur op elke donderdag van 17:00 uur tot 19:30 uur. Voor meer informatie verwijs ik u naar onze site.