Ontslag op staande voet Rasmussen door Rabo Wielerploeg rechtsgeldig

Datum 02-07-2013
Bericht geschreven door:
Het zal niemand ontgaan zijn dat ook in en rondom de Tour de France, die afgelopen weekend van start is gegaan, weer veel aandacht is voor het dopinggebruik in de wielersport. Eén van de grotere dopingschandalen, tevens het begin van vele bekentenissen over dopinggebruik, kwam aan het licht in de tour van 2007, toen raborenner Rasmussen enkele dagen voor het einde van de tour (die ook nog eens door hem zou worden gewonnen) door zijn werkgever, Rabo Wielerploegen B.V. (Rabo), op staande voet werd ontslagen. Hoewel door Rasmussen zeer veel aandacht is gevraagd voor de dopingcultuur in de wielersport in het algemeen, betrof de reden van het ontslag op staande voet formeel niet de vraag óf Rasmussen doping had gebruikt, maar verweet Rabo Rasmussen dat hij heeft gelogen over zijn verblijfsplaats in de maand juni 2007.
 
Van belang is dat Rasmussen op grond van zijn arbeidsovereenkomst met Rabo en het daarvan deel uitmakende UCI Reglement verplicht was om aan de Anti Doping Commission ‘accurate whereabouts information’ te verschaffen. Rasmussen was, evenals iedere andere wielrenner, gehouden om ieder kwartaal aan voormelde commissie mede te delen wanneer en waar hij verbleef, wanneer en waar hij trainde alsmede aan welke wedstrijden hij deelnam.
 
Rabo heeft Rasmussen op 26 juli 2007 op staande voet ontslagen nadat zij er op 25 juli 2007 achter is gekomen dat Rasmussen in strijd met voormelde regels belangrijke onjuiste informatie met betrekking tot zijn verblijfplaats in de maand juni 2007 had verstrekt. Rasmussen had namelijk aangegeven dat hij voorafgaande aan de door Rabo georganiseerde training in de Pyreneeën (van 25 tot en met 29 juni 2007) in Mexico verbleef, terwijl dit ten aanzien van tenminste een dag, zijnde 13 juni 2007, niet het geval is geweest.
 
Rasmussen stelde zich kort gezegd op het standpunt dat Rabo er al veel eerder mee bekend was dat hij niet daadwerkelijk in Mexico verbleef. Om deze reden zou het ontslag op staande voet volgens Rasmussen niet ‘onverwijld’ zijn gegeven, waardoor niet aan de eisen voor een ontslag op staande voet zou zijn voldaan. De kantonrechter volgde het standpunt van Rasmussen en veroordeelde Rabo tot het betalen van een schadevergoeding van € 715.000,00 (excl. rente) aan Rasmussen.
 
In hoger beroep oordeelde het Gerechtshof Amsterdam op 25 juni 2013, naar aanleiding van getuigenverhoren van onder andere ex-ploeggenoten van Rasmussen, dat het ontslag wel degelijk onverwijld is gegeven, nu niet vast zou zijn komen te staan dat Rabo reeds voor 25 juli 2013 op de hoogte was van de daadwerkelijke verblijfplaats van Rasmussen in juni 2013.
 
Verder kwam het hof tot de conclusie dat het verschaffen van onjuiste informatie op essentiële momenten met betrekking tot zijn verblijfplaats een dringende reden voor ontslag op staande voet oplevert. Het hof heeft Rasmussen veroordeeld om de door hem van Rabo ontvangen schadevergoeding terug te betalen alsmede aan Rabo een bedrag ad € 84.534,00 aan schadevergoeding te voldoen.
 
Uit deze uitspraak blijkt nog maar eens dat het zeer belangrijk is dat een werkgever, zodra hij of zij bekend is geworden met het feit dat een dringende reden oplevert, onverwijld overgaat tot het geven van het ontslag op staande voet.