Schone lei?

Datum 29-10-2013
Bericht geschreven door: mr. P. (Peter) van Rossum, advocaat
Schone lei?
 
In artikel 358a lid 1 Fw wordt bepaald dat indien na de beëindiging van de schuldsaneringsregeling met een schone lei blijkt dat zich voordien feiten of omstandigheden hebben voorgedaan die grond zouden hebben opgeleverd voor de beëindiging van de schuldsaneringsregeling op grond van het trachten te benadelen van schuldeisers, de rechter op verzoek van iedere belanghebbende kan bepalen dat de schone lei verder geen toepassing vindt. Kort samengevat kan de schone lei een schuldenaar dus worden ontnomen.
 
In deze nieuwsbrief wordt een arrest besproken waarin ruim tien jaar na de beëindiging van de schuldsaneringsregeling de schuldenaren alsnog de schone lei wordt ontnomen.
 
Het betreft het arrest van 16 september 2013 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden[1]. In deze zaak zijn schuldenaren bij vonnis van 30 juni 1999 toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. Bij vonnis van 4 december 2002 is vastgesteld dat de schuldenaren niet in de nakoming van de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen zijn tekortgeschoten. De schone lei is derhalve toegekend. De slotuitdelingslijst is op 22 december 2002 verbindend geworden, waardoor de vorderingen die onder de schuldsaneringsregeling vallen niet langer afdwingbaar zijn.
 
Op 20 december 2012 heeft de rechter-commissaris een voordracht gedaan om de schuldenaren de schone lei te ontnemen. Op 10 juni 2013 heeft de voormalige bewindvoerder een verzoek gedaan om schuldenaren de schone lei te ontnemen. De rechtbank Gelderland heeft bij vonnis van 27 juni 2013 alsnog vastgesteld dat schuldenaren toerekenbaar tekort zijn geschoten in de nakoming van een of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen. De schone lei is schuldenaren derhalve ontnomen.
 
De rechtbank heeft schuldenaren de schone lei ontnomen omdat uit een onherroepelijk arrest van de meervoudige strafkamer van het hof Arnhem-Leeuwarden is gebleken dat schuldenaar 1 gedurende de schuldsaneringsregeling hennep heeft geteeld, bewerkt en verwerkt en gedurende een gedeelte van de schuldsaneringregeling een gewoonte heeft gemaakt van het plegen van witwassen. Schuldenaar 2 is bij vonnis van de rechtbank Arnhem van 11 mei 2011 strafrechtelijk veroordeeld voor het medeplegen van een gewoonte maken van witwassen.
 
De rechtbank Gelderland heeft het vorenstaande aangemerkt als een schending van de inlichtingenplicht en het trachten te benadelen van de schuldeisers. De rechtbank Gelderland acht het aannemelijk dat schuldenaar 2 op de hoogte was van de hennepteelt omdat de schuldenaren gehuwd waren. De schuldenaar heeft inkomsten ontvangen en behouden zonder hiervan melding te maken aan de bewindvoerder.
 
De schuldenaren geven in het hoger beroep kort samengevat het volgende aan:
  • hoewel de tenlastelegging zich uitstrekte tot in de periode waarin de schuldsaneringsregeling van toepassing was moet aangenomen worden dat de feitelijke gedragen hebben plaatsgevonden na de schuldsaneringsregeling;
  • schuldenaar 2 geeft aan dat zij gescheiden is van schuldenaar 1 bij echtscheidingsbeschikking van 26 oktober 2000, en betwist dat zij op de hoogte was van de hennepteelt;
  • tot slot wordt aangevoerd dat er geen bewijsstukken zijn dat schuldenaar 1 inkomsten uit de hennepteelt heeft ontvangen en behouden.
 
Het hof oordeelt ten aanzien van schuldenaar 1 als volgt. Bij het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden is bewezen verklaard dat schuldenaar 1 “omstreeks de periode november 2000 tot en met 27 juni 2002 – dus gedurende de schuldsaneringsregeling- een (grote) hoeveelheid hennepplanten heeft geteeld, bewerkt en verwerkt en in de periode januari 2002 tot en met oktober 2006 een gewoonte heeft gemaakt van het plegen van witwassen, door onder meer de herkomst van een woning (…) te verhullen, wetende dat die woning (middellijk) afkomstig was uit enig misdrijf (…).” Dit arrest is onherroepelijk geworden, daarom dient het hof behoudens tegenbewijs uit te gaan van het bewezen verklaarde en dus ook van het feit dat schuldenaar 1 “uit de hennepteelt grote sommen geld (circa 1,3 miljoen euro; zie de per 2 juli 2012 nog niet onherroepelijke uitspraak van de rechtbank Arnhem van 14 juli 2010 tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel) heeft verkregen, witgewassen en voor de bewindvoerder heeft verzwegen.” Er is geen tegenbewijs geleverd, daarmee staat vast dat schuldenaar 1 zijn inlichtingenplicht heeft geschonden en heeft getracht zijn schuldeisers te benadelen.
 
Ten aanzien van schuldenaar 2 oordeelt het hof dat zij en schuldenaar 1 inkomsten uit de door schuldenaar 1 geteelde hennep hebben ontvangen en behouden, zonder dit te melden aan de bewindvoerder en dat ook schuldenaar 2 de inlichtingenplicht heeft geschonden en heeft getracht de schuldeisers te benadelen. De volgende omstandigheden worden door het hof hiervoor in aanmerking genomen. Schuldenaar 2 is veroordeeld voor het (samen met een ander of anderen, met name schuldenaar 1) medeplegen van een gewoonte maken van witwassen over de periode januari 2002 tot en met oktober 2006. Dit vonnis is onherroepelijk, waardoor het hof behoudens tegenbewijs moet uitgaan van de juistheid van het bewezenverklaarde. Het tegenbewijs is niet geleverd, daarmee staat vast dat de feiten gedeeltelijk hebben plaatsgevonden gedurende de schuldsaneringsregeling. De formele scheiding is op zich onvoldoende om het uit het strafvonnis voortvloeiende dwingend bewijs met betrekking tot het witwassen te ontkrachten.
 
Het hof Arnhem-Leeuwarden bekrachtigd het vonnis van de rechtbank Gelderland.
 

[1] Zaaknummer 200.129.495, ECLI:NL:GHARL:2013:6761.