Uitbreiding zorgplicht (hypotheek)bank ten aanzien van openbare veilingen

Datum 18-06-2013
Bericht geschreven door:
De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam heeft in haar uitspraak van 13 mei 2013 (LJN: CA0869) een openbare veiling van een woning verboden. Omdat de verkoper door de huidige marktomstandigheden na de openbare veiling met een restantschuld van ruim € 50.000,00 zou blijven zitten, maakte de bank volgens de voorzieningenrechter misbruik van recht door in de gegeven omstandigheden tot een openbare verkoop over te gaan.
 
Een bank die een hypothecaire lening heeft verstrekt dient er volgens de voorzieningenrechter alles aan te doen om te voorkomen dat de woning gedwongen wordt geveild. De schade die door het veilen van een woning optreedt bij de eigenaar van de woning (restschuld) kan in sommige gevallen zo groot zijn in relatie tot de betalingsachterstand aan de bank dat de bank geen gebruik mag maken van haar hypotheekrecht.  De voorzieningenrechter geeft in deze uitspraak in kort geding expliciet aan dat in tijden waarin het economisch slechter gaat en veel huizen “onder water” staan er van banken extra coulance mag worden verwacht bij het veilen van woningen.
 
Dit is op zich goed nieuws voor woningbezitters die te kampen hebben met betalingsproblemen. Aan de hand van deze uitspraak zou een woningbezitter in beginsel kunnen betogen dat de hypotheekhouder (bijv. de bank), voordat deze besluit over te gaan tot openbare verkoop van een woning, tot het uiterste dient te gaan om een openbare verkoop te voorkomen. En dat als de bank dat niet (voldoende) doet, openbare verkoop van de woning dan niet is toegestaan. De omstandigheden van het geval zullen binnen dat kader uiteraard wel een belangrijke rol spelen, bijvoorbeeld: de hoogte van de betalingsachterstand, of er wel of niet sprake is van restschuld bij gedwongen verkoop, of het in de lijn der verwachting ligt dat de schuldenaar in de toekomst wel aan zijn betalingsverplichtingen zal (kunnen) voldoen, of het een woning of commercieel onroerend goed betreft, etc.
 
Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u contact opnemen met Jan Pieter Kleefstra en Peter van Rossum.