Uitspraak gerechtshof: toepassing van de Warmtewet binnen het huurrecht

Datum 22-04-2020
Namens een huurder heb ik de volgende zaak succesvol gevoerd met betrekking tot toepassing van de Warmtewet binnen het huurrecht. 

Cliënt huurt een appartement met warmte-koudeopslag installatie (WKO). De WKO is geen eigendom van de verhuurder, maar (door opstalrecht) van de leverancier van de energie. Cliënt heeft geen contract met de energieleverancier en weigert het vast recht voor de WKO te betalen dat de verhuurder bij hem in rekening brengt.

In eerste aanleg is de verhuurder in het gelijk gesteld op de grondslag van ongerechtvaardigde verrijking.

In hoger beroep oordeelt het hof dat de WKO een onroerende aanhorigheid is. In het systeem van de huurrechtelijke bepalingen in het BW mogen de kosten voor onroerende aanhorigheden niet (apart) als servicekosten in rekening worden gebracht. Dat betekent dat de kosten voor het in stand houden van de WKO in beginsel in de kale huurprijs zitten.

Het hof heeft vervolgens onderzocht of dit anders is sinds de inwerkingtreding van de Warmtewet op 1 januari 2014, maar komt tot de conclusie dat dit niet het geval is. Dat betekent dat de kosten voor het in stand houden van de WKO (kapitaal- en onderhoudslasten) geacht moeten worden in de kale huurprijs te zijn inbegrepen. 


De verhuurder is in het tussenarrest in de gelegenheid gesteld om te onderbouwen of in het vast recht dat zij bij de huurder in rekening brengt nog andere kosten zijn verwerkt dan de kapitaal- en onderhoudslasten van de WKO. De verhuurder heeft aangegeven dat zij die vraag niet kan beantwoorden. Het hof gaat er daarom vanuit dat het gehele bedrag ten onrechte bij de huurders in rekening is gebracht. De verhuurder dient dit terug te betalen. Ook dient de verhuurder de proceskosten van het hoger beroep en de procedure bij de kantonrechter aan de huurders te vergoeden. Het betoog van de verhuurder dat in het tussenarrest onjuiste beslissingen zijn genomen, is door het hof verworpen.

Voor meer informatie verwijs u naar het volledige arrest d.d. 24-03-2020 van het gerechshof Arnhem-Leeuwarden..

Voorts verwijs ik u naar het artikel in WR, Tijdschrift voor Huurrecht, waarin het tussenarrest d.d. 09-07-2019 in deze zaak wordt behandeld door mr. P.G.A. van der Sanden.