Vaststellingsovereenkomst opgesteld? Denk aan de wettelijke bedenktijd!

Datum 07-06-2016
Bericht geschreven door: mr. P. (Peter) van Rossum, advocaat
Sinds de invoering van de Wet Werk en Zekerheid zijn er meer voorwaarden waaraan een werkgever moet voldoen om een arbeidsovereenkomst te beëindigen. In deze nieuwsbrief bespreek ik het beëindigen van de arbeidsovereenkomst door middel van een vaststellingsovereenkomst. Met name de wettelijke bedenktijd is een punt van aandacht. Zitten er haken en ogen aan deze bedenktijd?
 
Wettelijke bepaling
 
De wettelijk vastgelegde bedenktijd is opgenomen in artikel 7:670b lid2 BW. Dit artikel bepaalt dat indien de arbeidsovereenkomst door middel van een schriftelijke overeenkomst wordt beëindigd, de werknemer het recht heeft om deze overeenkomst zonder opgaaf van redenen, binnen veertien dagen na de datum waarop de overeenkomst tot stand is gekomen, door een schriftelijke, aan de werkgever gerichte, verklaring te ontbinden.
 
In de vaststellingsovereenkomst moet de werknemer uitdrukkelijk gewezen worden op de bedenktermijn. Zo niet, dan wordt de termijn automatisch verlengd van twee naar drie weken! Een werknemer kan overigens maar eens per zes maanden een beroep doen op zijn bedenkrecht.
 
De vraag die tussen werkgever en werknemer kan spelen is wanneer de vaststellingsovereenkomst moet worden geacht tot stand te zijn gekomen, ofwel wanneer aan het schriftelijkheidsvereiste is voldaan. De wettekst van artikel 7:670b lid 2 BW biedt niet direct uitkomst bij de beantwoording van die vraag.
 
Jurisprudentie
 
Door de Hoge Raad is in dat verband op 28 maart 2008 geoordeeld – onder het oude recht, maar het wetsartikel is ten aanzien van het schriftelijkheidsvereiste ongewijzigd gebleven – dat aan dat vereiste in ieder geval is voldaan indien sprake is van ondertekening door de werknemer.
 
Dit en daarbij in aanmerking genomen dat de rechtszekerheid meebrengt dat zowel werknemer en werkgever gebaat zijn bij een duidelijk aantoonbaar en concreet moment waarop de bedenktermijn aanvangt, kwam de Kantonrechter[i]  tot het oordeel dat de bedenktermijn ging lopen na ondertekening van de vaststellingsovereenkomst. Aan het ‘schriftelijkheidsvereiste” wordt dus niet voldaan door het vooraf bereiken van overeenstemming over de voorwaarden van die vaststellingsovereenkomst.
 
Conclusie
 
Wanneer u besluit een arbeidsovereenkomst door middel van een vaststellingovereenkomst te beëindigen, let dan goed op wanneer er is ondertekend door de werknemer en daarmee dus aan het schriftelijkheidsvereiste is voldaan. Na ondertekening heeft een werknemer vervolgens twee weken de tijd om de vaststellingsovereenkomst te ontbinden. Wilt u meer informatie over dit onderwerp, dan kunt u contact opnemen met Van Rossum Advocaten.
  
 
Deze nieuwsbrief wordt zo zorgvuldig mogelijk samengesteld. Niettemin kan geen aansprakelijkheid worden aanvaard voor mogelijke onjuiste berichtgeving.
 

[i] ECLI:NL:RBROT:2016:996