Verhuurder: let op (on)mogelijkheden bestemmingsplan

Datum 06-12-2016
Bericht geschreven door: mr. P. (Peter) van Rossum, advocaat
Verhuurder: let op (on)mogelijkheden bestemmingsplan
 
Bij het aangaan van een huurovereenkomst bedrijfsruimte dienen verhuurder en huurder zich ervan bewust te zijn dat het bestemmingsplan in de weg kan staan aan het door de huurder voorgenomen, of het tussen partijen overeengekomen gebruik. Komen partijen een specifiek gebruik overeen, dan dient verhuurder na te gaan of dit gebruik niet in strijd is met het bestemmingsplan en/of publiekrechtelijke bepalingen dan wel overeen te komen dat dit specifieke gebruik enkel is toegestaan voor zover dat niet in strijd is met het bestemmingsplan.
 
In een arrest van 27 november 2015 oordeelde de Hoge Raad dat van een verplichting tot het op voorhand inlichten door de verhuurder niet snel sprake zal zijn en dat in het algemeen slechts mag worden aangenomen dat de verhuurder de huurder behoort in te lichten over zaken waarvan de verhuurder zelf op de hoogte is of waarvan hij op de hoogte behoort te zijn. In ieder geval hoeft de professionele verhuurder volgens de Hoge Raad in zijn algemeenheid niet actief bij de gemeente na te gaan of de plannen van de huurder met betrekking tot het gehuurde problemen opleveren in verband met het bestemmingsplan. Dit is echter anders als partijen dat uitdrukkelijk zijn overeengekomen.
 
Uit de wet vloeit voort dat wanneer de verhuurder kennis draagt van de bestemmingsplantechnische onmogelijkheden op het gehuurde, hij een toekomstige huurder in kennis moeten stellen van deze onmogelijkheden als hij weet dat deze onmogelijkheden voor de (potentiële) huurder van belang zijn bij het aangaan van de huurovereenkomst. In een recent arrest van het Gerechtshof Den Haag werd dit bevestigd. Het gerechtshof oordeelde dat de huurder op terechte gronden de vernietiging van de eerder gesloten huurovereenkomst op grond van dwaling had ingeroepen, nu de verhuurder belangrijke (bij hem bekende) informatie aangaande het bestemmingsplan niet had meegedeeld. Het gerechtshof maakt binnen dat kader geen onderscheid tussen gevallen waarin de verhuurder daadwerkelijk kennis heeft van de plannen van de huurder ten aanzien van het gehuurde en de situatie waarin de verhuurder deze plannen had kunnen afleiden uit het door de huurder aan verhuurder ter beschikking gestelde ondernemingsplan.
 
Uit bedoelde arresten volgt dat onder omstandigheden sprake kan zijn van een op de verhuurder rustende mededelingsplicht die prevaleert boven de onderzoeksplicht van de (beoogde) huurder. Bij een overeengekomen specifiek gebruik doet de verhuurder er verstandig aan om expliciet te bedingen dat dit gebruik niet toegestaan is voor zover dat in strijd is met het bestemmingsplan.  De bal wordt daarmee nadrukkelijk bij de huurder gelegd.
 
Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u terecht bij Peter van Rossum.