Vernietiging koopovereenkomst op grond van pauliana: wetenschap van benadeling bij koper

Datum 28-02-2014
Bericht geschreven door:
De curator heeft een kort voor het faillissement gesloten koopovereenkomst en de verrekening door de koper van de koopsom met haar vorderingen op de inmiddels failliete vennootschap vernietigd met een beroep op artikel 42 Fw. [1]
 
In artikel 42 Fw. wordt de faillissementspauliana geregeld. Op grond van dit artikel kan de curator elke rechtshandeling die de schuldenaar voor het faillissement onverplicht heeft verricht en waarvan hij wist of behoorde te weten dat daardoor sprake is van benadeling van de schuldeisers vernietigen. In dit geval zou ook degene met wie de schuldenaar de rechtshandeling verrichtte (de koper) wetenschap van de benadeling van de schuldeisers moeten hebben.
 
In deze zaak heeft de koper een half jaar voor het faillissement betalingsafspraken gemaakt met failliet vanwege voortdurende betalingsachterstanden. Daarnaast heeft een gesprek met alle schuldeisers en de accountant van failliet plaatsgevonden om de voorwaarden te bespreken voor het voortzetten van de onderneming.
 
Vervolgens ging het een paar maanden goed, maar uiteindelijk liep de schuldenlast weer op en verslechterde de situatie. Naar aanleiding hiervan heeft de koper het contract beëindigd en is een koopovereenkomst gesloten. Het Hof oordeelde dat de koper op het moment van het sluiten van de koopovereenkomst behoorde in te zien dat een faillissement naar alle waarschijnlijkheid niet meer zou kunnen worden afgewend. Ten eerste omdat de koper had kunnen weten dat de kans groot was dat de financiering van failliet zou worden beëindigd omdat niet aan de afspraken werd voldaan. Ten tweede moet het voor de koper duidelijk zijn geweest dat de voortzetting van de onderneming praktisch niet meer mogelijk was omdat de koper het contract met failliet had beëindigd èn de gehele voorraad overnam. “Voor koper was dus te voorzien dat failliet met aanzienlijke schulden (en directe betalingsverplichtingen) aan zijn financiers en leveranciers zou worden geconfronteerd, zonder dat hij nog de mogelijkheid had om daaraan vanuit zijn bedrijfsvoering te voldoen.”
 
De koper voerde nog aan dat tijdens de bespreking met de accountant niet besproken is dat er een acute financiële noodsituatie was, maar slechts een tijdelijk liquiditeitstekort. Het Hof overwoog hierover dat “ook als niet met zoveel woorden is besproken dat zonder de benodigde financiering een faillissement zou volgen, moet koper hebben begrepen dat dit risico reëel aanwezig was, omdat failliet kennelijk -ondanks de goede resultaten die hij volgens koper boekte- niet in staat was om aan zijn lopende betalingsverplichtingen te voldoen.” Ten slotte voerde de koper nog aan dat de onderneming van failliet zou worden overgenomen door een derde waardoor failliet zijn schulden binnen 2 jaar zou kunnen afbetalen. Het Hof oordeelde dat dit ook onvoldoende was omdat er geen zekerheid was dat deze constructie zou werken, en het op de weg van de koper had gelegen om daar onderzoek naar te doen.
 
Indien u vragen heeft over deze nieuwsbrief neemt u dan contact op met ons kantoor.
 
Deze nieuwsbrief wordt zo zorgvuldig mogelijk samengesteld. Niettemin kan geen aansprakelijkheid worden aanvaard voor mogelijke onjuiste berichtgeving.
 

[1] Hof Arnhem-Leeuwarden, 26-11-2013, 200.114.305, TvI 2014/1-nieuwsbrief