Wanneer is een concurrentiebeding rechtsgeldig?

Datum 26-10-2016
Bericht geschreven door: mr. P. (Peter) van Rossum, advocaat
Sinds 1 januari 2015 zijn er in de wet (WWZ) wijzigingen doorgevoerd met betrekking tot het opnemen van een concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst. Langzaam maar zeker komen er uitspraken over het concurrentiebeding in arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd. Maar hoe staat het ook alweer in de wet? Een concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is slechts geldig indien uit een bij dat beding opgenomen schriftelijke motivering van de werkgever blijkt dat het beding noodzakelijk is vanwege zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen. Dit laatste zou gezien kunnen worden als een formele toets waaraan is voldaan op het moment dat in het beding schriftelijk is opgenomen waarom er sprake is van een zwaarwegend belang. De wetsgeschiedenis van de WWZ biedt nauwelijks aanknopingspunten voor een nadere invulling van het criterium ‘zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang’
 
De rechtspraak richt zich op de inhoudelijke beoordeling. Uit jurisprudentie blijkt dat alleen het schriftelijk vastleggen van het beding onvoldoende is. Er wordt door de rechter gekeken naar het zogenaamde noodzakelijkheidcriterium, dat is vastgelegd in art. 7:653 lid 3 BW. Bij de beoordeling kan de rechter besluiten het beding geheel te vernietigen omdat het niet noodzakelijk is vanwege zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen. Een beding kan overigens door de rechter geheel of gedeeltelijk worden vernietigd indien in verhouding tot het te beschermen belang van de werkgever, de werknemer door dat beding onbillijk wordt benadeeld.
 
Uit de parlementaire geschiedenis WWZ blijkt dat de regering geen voorbeelden heeft gegeven van een zwaarwegend belang in een concurrentiebeding bij een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Per geval zal er een toetsing plaatsvinden die een specifieke afweging en motivering vergt. Uitgangspunt is wel dat ‘een concurrentiebeding bij tijdelijke contracten in principe verboden is’.
 
Jurisprudentie
Zoals hiervoor gezegd, de wet en toelichting geeft onvoldoende duidelijkheid over op welke wijze een beding in een arbeidsovereenkomst dient te worden geformuleerd. Met andere woorden: ‘Hoe moet een beding geformuleerd worden om te voldoen aan de eisen van de wet’? In een zaak van de rechtbank Gelderland[1] oordeelde de rechter dat een concurrentiebeding gerechtvaardigd werd geacht terwijl er sprake was van een vrij algemeen geformuleerde motivering. Het verweer van de werknemer dat de motivering specifiek gericht had moeten zijn op de branche, werd door de rechter verworpen.
 
In een uitspraak van de rechtbank Amsterdam[2] werd door de rechter anders geoordeeld. In deze uitspraak werd namelijk door de rechter geoordeeld dat het wel van belang was dat het bedrijfsbelang voldoende specifiek en concreet was onderbouwd.
 
Advies
Het verdient aanbeveling om op basis van de wet en de voorliggende uitspraken, de tekst van het concurrentiebeding en de daarbij gevoegde motivering zoveel mogelijk af te stemmen op de functie van de werknemer en het bedrijfsbelang te noemen waarvan de werknemer gebruik maakt.
 
Wilt u meer informatie over dit onderwerp of op het gebied van arbeidsrecht, dan kunt u contact opnemen met Van Rossum Advocaten.


Deze nieuwsbrief wordt zo zorgvuldig mogelijk samengesteld. Niettemin kan geen aansprakelijkheid worden aanvaard voor mogelijke onjuiste berichtgeving.
 

[1] ECLI:NL:RBGEL:2016:1385
[2] ECLI:NL:RBAMS:2015:4864