Webshops en detailhandel. Waar ligt de grens? Even goed kijken in het bestemmingsplan!

Datum 26-10-2012
Bericht geschreven door: mr. P. (Peter) van Rossum, advocaat
In de huidige moeizame economisch tijd, maar wellicht ook gestimuleerd door de eenvoud van het internet, kiest een groeiend aantal bedrijven – maar ook particulieren – voor het ontwikkelen van een eigen webshop. Ook is er de afgelopen jaren een aanzienlijke groei zichtbaar van webshops gevestigd op industrieterreinen. Het is echter niet zondermeer toegestaan om vanuit ieder bedrijfspand (of woning) een webshop te exploiteren. Een webshop kan mogelijk aangemerkt worden als detailhandel en dit is veelal niet toegestaan op grond van het bestemmingsplan. Moeten nu alle vormen van webshops direct aangemerkt worden als detailhandel?
 
Zo is het niet. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft reeds meerdere keren geoordeeld dat doorslag gevend is de ‘ruimtelijke uitstraling van de handelsactiviteiten op het perceel’. Op 29 september 2010 oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak[1] dat alleen het hebben van opslagruimte van waaruit goederen – na een gedane internetbestelling – naar klanten thuis worden gebracht, niet als detailhandel kan worden gezien. In een recente uitspraak van 26 september 2012 van de Afdeling bestuursrechtspraak is nogmaals aangegeven dat het moet gaan om de ruimtelijke uitstraling. In deze zaak ging het over de verkoop van spelcomputers via internet. De hoofdactiviteit op het perceel was weliswaar het administreren van in- en verkopen en het ontvangen en verzenden van goederen, maar ook konden consumenten de spelcomputers in het bedrijfspand bekijken om deze vervolgens te kopen. De (afhaal)winkel was op vrijdag en zaterdag voor publiek geopend. Er was een toonkamer ingericht (350 m2) waar de collectie ter verkoop uitgestald stond. Deze combinatie van bedrijfsactiviteiten maakt de webshop evident een detailhandel en zo oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak dan ook[2].
 
Met voormelde uitspraken is nog altijd geen duidelijke grens bepaald. Immers, draagt een contante (pin)betaling in het bedrijfspand tijdens het afhalen van een product bij aan de ‘ruimtelijke uitstraling van de handelsactiviteiten op het perceel’. En hoe zit het met reclame-uitingen op de buitenzijde van het bedrijfspand? Immers, vele bedrijven (zonder een webshop) op industrieterreinen hebben reclame-uitingen en ontvangen contante (pin)betalingen en dit maakt deze bedrijven geen detailhandel. Binnenkort komt er wellicht meer duidelijkheid. Overigens is dikwijls in de bestemmingsplannen opgenomen dat detailhandel van ondergeschikt belang wel is toegestaan en dit zet de deur voor webshops op een kier. De rechtbank Assen heeft een soortgelijke kwestie in behandeling. Hierover zal ik u na de uitspraak informeren.
 

[1] ABRvS, 29 september 2010, 200909471/1/H1
[2] ABRvS, 26 september 2012, 201200490/1/A1